De onderzoekers
vormden twee groepen: een studiegroep met personen die binnen een straal van
100 meter rond een relaisantenne wonen met ten minste één blootstelling per dag
gedurende 12 uur sinds 6 maanden en een controlegroep, d.w.z. individuen die
meer dan 100 meter van een relaisantenne wonen. Elke controlepersoon werd
geassocieerd met een lid van de studiegroep, gebaseerd op leeftijd en geslacht.
Er werd een
interview over de medische geschiedenis van de deelnemer en een klinische
evaluatie uitgevoerd en elke deelnemer gaf een spermamonster. De onderzoekers
geven niet meer details over de verzamelde gegevens.
De geëvalueerde
parameters waren spermaconcentratie, het aantal zaadcellen, de vitaliteit ervan
(d.w.z. percentage levend sperma), de motiliteit (d.w.z. vermogen om efficiënt
te bewegen) en de morfologie (d.w.z. vorm van kop en staart bijvoorbeeld), en de
zuurgraad van het sperma. Een toename van het percentage dode of bewegingloze
zaadcellen wijst op verminderde vitaliteit of motiliteit, wat kan leiden tot
vruchtbaarheidsproblemen.
In totaal
werden 216 personen in de studie opgenomen (108 per groep). Ze waren tussen 18
en 60 jaar oud. Hoewel de gemiddelden voor elke parameter iets lager waren in
de “blootgestelde” groep (met uitzondering van de pH), waren de
verschillen die tussen de twee groepen werden waargenomen niet statistisch
significant, zodat niet kon worden geconcludeerd dat er een verschil was
naargelang van de blootstellingsgroep. Soms lagen ze echter vrij dicht bij de
statistische drempel voor sommige parameters.
De onderzoekers
vermelden slechts twee beperkingen aan hun studie, één met betrekking tot de
kleine steekproefomvang en de andere met betrekking tot de korte
follow-upperiode. Welnu, de onderzoekers lijken geen studie te hebben
uitgevoerd met een follow-up van de deelnemers, maar in plaats daarvan de
voorwaarde van de blootstelling te hebben ingevoerd (6 maanden, 12 uur per dag)
als criterium voor inclusie in de studie. Het type studie dat werd uitgevoerd
is onduidelijk. We hebben geen details over de gegevensverzameling en de
verzameling van de spermamonsters. Deze informatie is bijvoorbeeld belangrijk
om zich ervan te vergewissen dat de inzamelings- en opslagprocedures werden
gevolgd. Wat de beoordeling van de blootstelling betreft, moeten diverse problemen
worden vastgesteld. Ten eerste zijn de blootgestelde/niet-blootgestelde groepen
gebaseerd op weinig betrouwbare criteria (afstand tot de antenne) waardoor het
niet mogelijk is de werkelijke blootstellingsniveaus te objectiveren. We
hebben geen informatie over de datum van installatie van de antenne, noch over
de tijd van bewoning in het gebied van de groep die wordt beschouwd als
" blootgesteld " (in de buurt van de antenne) of over de
omgeving van de “niet-blootgestelde” groep. Andere bronnen van blootstelling
aan RF-EMV, zoals mobiele telefoons, werden niet in aanmerking genomen.
Daarnaast blijven de statistische analyses en de keuze van de tests onbekend.
Het ontbreekt in deze studie aan duidelijkheid en precisering ten aanzien van
de methode die de onderzoekers hebben gehanteerd. Een andere beperking is het
feit dat geen rekening is gehouden met belangrijke storingsfactoren inzake de
onvruchtbaarheid, zoals alcoholgebruik. De conclusie van de onderzoekers is ook
vaag en steunt meer op andere studies die uit de literatuur zijn geselecteerd
dan op hun eigen studie. Gelet op deze beperkingen moeten de resultaten van
deze studie met voorzichtigheid worden beschouwd.